Skip to content

Digitale identiteit: een miljardenmarkt groeit

De digitale identiteit wordt steeds meer een verdienmodel. Terwijl overheden bedrijven aansporen om online leeftijdscontroles en identiteitsverificatie in te voeren, groeit een hele industrie die deze controles mogelijk maakt. De Britse onderneming Yoti is daarvan een opvallend voorbeeld. Volgens de Financial Times steeg de omzet van Yoti van £6,2 miljoen in 2022 naar meer dan...

e digitale identiteit wordt steeds meer een verdienmodel. Terwijl overheden bedrijven aansporen om online leeftijdscontroles en identiteitsverificatie in te voeren, groeit een hele industrie die deze controles mogelijk maakt. De Britse onderneming Yoti is daarvan een opvallend voorbeeld.

Volgens de Financial Times steeg de omzet van Yoti van £6,2 miljoen in 2022 naar meer dan £32 miljoen in 2025. Inmiddels is de app tientallen miljoenen keren gedownload. De onderneming levert technologie waarmee mensen hun identiteit kunnen aantonen of met een gezichtsscan kunnen bewijzen dat zij oud genoeg zijn voor een bepaalde dienst.

Dat lijkt op het eerste gezicht vooral praktisch. Maar achter dat gemak gaat een fundamentelere ontwikkeling schuil: digitale identiteitscontrole wordt steeds normaler in het dagelijks leven.

Van uitzondering naar voorwaarde

Wie vroeger een winkel bezocht, een website raadpleegde of een dienst gebruikte, hoefde niet voortdurend digitaal te bewijzen wie hij was. Nu worden leeftijdscontroles en digitale identificatie steeds vaker gepresenteerd als noodzakelijke voorwaarden voor toegang.

De bescherming van kinderen, het tegengaan van fraude en de bestrijding van misbruik zijn legitieme doelen. Maar daarmee is nog niet aangetoond dat een samenleving steeds meer digitale identificatie nodig heeft.

Er bestaat een wezenlijk verschil tussen een concrete leeftijdsgrens handhaven en een infrastructuur opbouwen waarin mensen steeds vaker hun identiteit digitaal moeten aantonen. Wat vandaag vrijwillig en handig lijkt, kan morgen de vanzelfsprekende route worden om toegang te krijgen tot steeds meer diensten.

De vraag is daarom niet alleen of een toepassing veilig is. De vraag is ook waarom digitale identificatie steeds vaker als uitgangspunt wordt genomen.

Wie verdient eraan?

De groei van Yoti laat zien dat identiteitsverificatie niet uitsluitend een bestuurlijke of maatschappelijke aangelegenheid is. Er ontstaat ook een commerciële markt waarin regelgeving de vraag naar controletechnologie stimuleert.

Dat hoeft niet te betekenen dat bedrijven kwade bedoelingen hebben. Het maakt wel duidelijk dat er economische belangen ontstaan bij een samenleving waarin digitale verificatie steeds vaker wordt toegepast.

Hoe meer diensten leeftijdscontroles en identiteitsbewijzen verlangen, hoe groter de markt voor de ondernemingen die deze controles leveren. Dat roept een belangrijke vraag op: worden digitale controles ingevoerd omdat ze in iedere situatie noodzakelijk zijn, of ook omdat er inmiddels een industrie bestaat die ervan profiteert?

Die vraag verdient een serieus antwoord voordat dergelijke systemen op grote schaal worden uitgerold.

Een gezicht is geen wachtwoord

De discussie wordt extra gevoelig wanneer biometrische gegevens worden verwerkt. Een gezicht is immers geen wachtwoord dat je na een datalek eenvoudig kunt vervangen.

In maart 2026 kreeg Yoti van de Spaanse gegevensbeschermingsautoriteit een boete van €950.000 wegens vermeende overtredingen van de Europese privacywetgeving bij de digitale-identiteitsapp. Yoti betwist de beslissing en heeft beroep ingesteld. Het bedrijf heeft vervolgens aangekondigd de app tijdelijk uit de Spaanse appwinkels terug te trekken.

Deze zaak bewijst niet dat iedere digitale identiteitsoplossing onveilig is. Ze laat wel zien dat zelfs bij bedrijven die privacy en beveiliging nadrukkelijk als verkoopargument gebruiken, fundamentele juridische vragen kunnen ontstaan over de verwerking van persoonsgegevens en biometrie.

Vertrouwen in technologie mag daarom nooit uitsluitend gebaseerd zijn op de beloften van de aanbieder. Onafhankelijke controle, duidelijke grenzen en de mogelijkheid om een systeem niet te gebruiken zijn essentieel.

Vrijheid vraagt om een alternatief

De kern van het probleem is niet dat iedere digitale toepassing per definitie verkeerd is. Het probleem ontstaat wanneer digitale identificatie steeds meer verandert van een keuze in een maatschappelijke voorwaarde.

Een vrije samenleving moet ruimte blijven bieden aan mensen die geen digitale identiteit willen. Niet iedereen hoeft zijn identiteit via een app, een gezichtscontrole of een digitale portemonnee te laten vaststellen om als volwaardig deelnemer aan de samenleving te kunnen functioneren.

Ook privacyvriendelijke verificatie lost niet iedere principiële vraag op. Zelfs wanneer een systeem alleen bevestigt dat iemand oud genoeg is, blijft de vraag waarom die controle nodig is, wie er toegang toe krijgt en wat er gebeurt wanneer iemand niet digitaal wil of kan deelnemen.

Menselijke waardigheid betekent dat mensen niet gereduceerd worden tot een digitaal verifieerbare identiteit.

Technologie hoort mensen te dienen, niet de voorwaarden te bepalen waaronder zij aan de samenleving mogen deelnemen.

De groeiende markt voor digitale identiteit maakt het daarom urgenter om een grens te trekken. Niet alles wat technisch mogelijk, commercieel aantrekkelijk of bestuurlijk efficiënt is, hoeft ook maatschappelijk wenselijk te zijn.

Digitale identiteit moet niet de onvermijdelijke toekomst worden waar iedereen zich maar bij neer moet leggen. De vrijheid om níét digitaal geïdentificeerd te willen worden, verdient nadrukkelijk bescherming.

Did you enjoy this article?

Recommend it — Standard Reader surfaces well-loved writing to more readers across the network.

Across the AtmosphereDiscussions